Oorwormen

De oorworm is eigenlijk een alleseter. Hij eet zowel dode als levende plantendelen. Hij eet kadavers en valt kleinere insecten en spinnen aan. Hij kan schade aanrichten in de tuin, waar hij ook nuttig is door het eten van andere kleine dieren.

Er zijn veel verhalen over oorwormen die het oor in zouden kruipen, vandaar dat ze ook wel oorkruipers genoemd worden. In het Duits heten ze Ohrwürmer en in het Engels earwig. Er zijn echter weinig gevallen bekend en als je al zoveel pech hebt, moet je bijvoorbeeld slapen in de buurt van een oorworm die dan ook nog de weg precies naar je oor moet vinden.

De meest voorkomende soort oorworm hier vliegt niet graag. De vleugels zijn dun en groot. Als hij eenmaal geland is, is er een waar kunststukje voor nodig om met behulp van de “vork” de vleugels zo op te vouwen dat ze onder de dekvleugels, die klein en verschrompeld zijn, gestopt kunnen worden.

Het vrouwtje is een goede moeder. Ze past op de eieren, wast ze en houdt ze schoon. Als de vijand de jongen nadert, dreigt ze door haar vork omhoog te houden. Wie per ongeluk een oorworm knijpt kan een kneep van de vork krijgen – niet erg pijnlijk, maar toch.

Kies land